Stel, u hebt in 2024 in uw eenmanszaak als auto van de zaak een youngtimer aangeschaft, een auto die vijftien jaar eerder voor het eerst in gebruik was genomen. De bijtelling voor deze auto is 35% van (slechts) de waarde in het economisch verkeer. Vanaf 2027 geldt deze regeling alleen voor auto’s van minimaal 25 jaar oud. Uw bijtelling stijgt dan dus naar 22% van de cataloguswaarde. Wat nu?
De vraag is nu of deze wetswijziging een reden kan zijn om uw auto per 1 januari 2027 tot het privévermogen te gaan rekenen. De aanpassing van de youngtimerregeling kan een bijzondere omstandigheid vormen, die keuzeherziening rechtvaardigt. Voorwaarde is wel dat aannemelijk wordt gemaakt dat onder de nieuwe wettelijke regeling een andere etiketkeuze zou zijn gemaakt dan onder de oude regeling. De keuze kan worden herzien na inwerkingtreding van de nieuwe regeling per 1 januari 2027.
Er moet dus onderzoek worden gedaan naar de motieven in 2024 om de auto als ondernemingsvermogen te etiketteren. En de bewijslast ligt op u om aannemelijk te maken dat u in 2024 een andere keuze zou hebben gemaakt indien de nieuwe wettelijke regeling voor de bijtelling privégebruik zou hebben gegolden.
Feiten en omstandigheden die relevant kunnen zijn bij de aanvankelijke keuze zijn bijvoorbeeld:
- Het jaar van de tenaamstelling van de auto en de op dat moment geldende wettelijke regels voor bijtelling privégebruik auto;
- Het op het moment van de keuze geldende overgangsrecht;
- Het beoogd zakelijk- en privégebruik van de auto;
- Overige (fiscale) stimuleringsmaatregelen zoals investeringsaftrekken en willekeurige afschrijving.
Inmiddels heeft Tweede Kamerlid Pieter Grinwis in een commissiedebat aangekondigd dat hij een motie gaat indienen om de overgang naar 25 jaar anders op te lossen: de regeling bevriezen op aanschafjaar 2011/2012, zodat de 25 jaar niet ineens in 2027, maar geleidelijk bereikt wordt. Eventueel zou dan wel het bijtellingspercentage van 35% wat hoger moeten worden. Uiteraard zijn we u zo nodig van dienst bij het alsnog overbrengen van uw youngtimer naar het privévermogen.
De motie tegen de verandering van de youngtimerregeling is ingediend. Op het A4’tje leggen kamerleden Grinwis (CU) en Oosterhuis (D66) uit wat de Kamer van de regering vraagt. De Tweede Kamer adviseert om af te zien van de wijzigingen, vanwege de te korte overgangsperiode en ”de daardoor onbedoelde neveneffecten voor verkopers en gebruikers van youngtimers”. Daarom verzoekt de Kamer ”dat moet worden afgezien van de verhoging van de minimumleeftijd voor youngtimers van 16 naar 25 jaar in 2027”.
Wat moet er dan wel gebeuren? De kamer ‘’verzoekt de regering voor de zomer met opties te komen voor een geleidelijker transitiepad voor de youngtimerregeling, en dit vervolgens in de relevante wetgeving te verwerken’’. Er blijft dus het idee bestaan om de regeling aan te passen, maar dan op een wat zachtere manier. De ”onbedoelde neveneffecten” zouden ook voorkomen kunnen worden door de regeling te bevriezen op ingangsjaar 2012 en met een hoger bijtellingspercentage over de actuele waarde te werken.